De genealogie van Marit Terweij

DNA-onderzoek

Inleiding

The Seven Daughters of Eve

Genealogy framework

DNA-onderzoek in de genealogie

Bruikbaarheid genealogisch DNA-onderzoek

Inleiding

Ieder zich zelf respecterend genealogisch computerprogramma heeft tegenwoor-
dig de mogelijkheid om DNA-gegevens vast te leggen. Bedrijven bieden DNA-tests aan die specifiek op genealogie gericht zijn. Sommige van die bedrijven ontwikkelen omvangrijke databases waarin genealogische gegevens en DNA-gegevens gekoppeld worden. Websites en blogs over genealogie staan bol van de informatie en opinies over DNA-onderzoek. DNA-onderzoek kan zich richten op:
Y-DNA, doorgegeven van vaders op hun zonen via het geslachtelijk Y-chromo-
soom. Met Y-DNA kunnen verwantschappen in mannelijke lijnen gevolgd worden.
Mt-DNA, mitochondriaal DNA dat in iedere lichaamscel buiten de celkern voorkomt (dus niet gebonden aan de geslachtschromosomen en autosomen in de celkern), doorgegeven van moeders op hun kinderen via het cellichaam van de eicel (voor alle duidelijkheid: mannen bezitten mitochondriaal DNA, maar geven dit niet door). Met Mt-DNA kunnen verwantschappen in vrouwelijke lijnen gevolgd worden.
At-DNA, autosomaal DNA gebonden aan de overige 22 autosomen in de celkern (chromosomen die géén geslachtschromosomen zijn). At-DNA wordt vooral toegepast bij ouderschapsonderzoek en onderzoek naar de verwantschap van naaste familie. In forensisch onderzoek is dit de meest gebruikte analyse. In de genealogie wordt deze analyse niet veel toegepast.

Het geslachtelijk X-chromosoom bevat ook DNA, maar onderzoek van X-DNA in de genealogie is nog niet goed mogelijk. Vrouwen hebben twee X-chromosomen: één van hun moeder en één van hun vader. Tijdens de celdeling van de vrouwe-
lijke geslachtscellen (meiose) wordt de informatie van beide X-chromosomen gerecombineerd. Hierdoor bevatten de X-chromosomen die de vrouw doorgeeft bij de voorplanting delen van het DNA van haar moeder én van haar vader. Dit is een complicerende factor.

The Seven Daughters of Eve

De eerste publicatie over genetisch DNA-onderzoek schijnt te zijn van Karl Skorecki in het tijdschrift Nature uit 1997. Voor het grote publiek is echter Bryan Sykes het meest bekend door zijn populair wetenschappelijk boek The Seven Daughters of Eve uit 2001, waarin hij zijn wetenschappelijk genetisch DNA-onderzoek in begrijpelijke taal uiteen zet. (Zie ook: Genografie.)
Bryan Sykes beschrijft daarin hoe hij op basis van onderzoek van mitochondriaal DNA, vaststelt dat alle West-Europeanen van zeven oermoeders afstammen. Hij geeft ze de namen: Ursula, Xenia, Helena, Velda, Tara, Katrine en Jasmine. Onderhand heeft vervolgonderzoek aangetoond, dat het om vermoedelijk tien tot twaalf oermoeders gaat.
Mitonchondriaal DNA (Mt-DNA) komt voor in alle lichaamscellen, in grote hoeveelheden en buiten de celkern. Het maakt geen deel uit van de geslachts-
chromosomen en autosomen in de celkern. Cellichaam wordt bij de voort-
planting doorgegeven via de eicel en dat gaat via de moeder. De vader geeft DNA door via zaadcellen. Zonen en dochters krijgen Mt-DNA van hun moeder, alleen dochters geven het door aan hun eigen kinderen (zonen en dochters).

De oermoeders van Bryan Sykes leefden 13.000 tot 70.000 jaar geleden en hadden zelf ook weer oermoeders, maar die zijn niet vastgesteld.

Er zijn twee geslachtschromosomen: het X-chromosoom en het Y-chromosoom. Het Y-chromosoom wordt alleen door de vader doorgegeven aan zijn zonen. Het X-chromosoom wordt zowel door de moeder als door de vader doorgegeven. Mannen hebben een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Vrouwen hebben twee X-chromosomen: één van hun moeder en één van hun vader.

In 2005 begon de National Geographic Society in samenwerking met IBM het Genographic DNA-project gebaseerd op onderzoek van DNA in het Y-geslachts-
chromosoom.

Hoe interessant dit soort onderzoek ook is, het heeft weinig met genealogie te maken. De meeste genealogieën gaan niet verder terug dan 1500-1600. De genealogie van Marit Terweij gaat terug tot 1330. Voor velen is het een sport om aan te tonen dat je afstamt van Karel de Grote en dat schijnt niet eens zo moeilijk te zijn. Dan zit je rond 800. De oudst bekende genealogie is die van Confucius en omspant ruim 2500 jaar. Afstammelingen van hem zijn vanaf zijn dood rond 500 BC bijgehouden tot in onze tijd. Hiermee kom je nog niet in de buurt van de oermoeders van Bryan Sykes die 13.000 tot 70.000 geleden leefden. Verder gaat genetisch DNA-onderzoek over bevolkingsgroepen, terwijl genealogie zich richt op individuen.

Genealogy framework

DNA-onderzoek maakt kennelijk zo veel indruk, dat het sommigen ertoe brengt de hele genealogie te willen herdefiniëren. Een voorbeeld is het Framework for Classical Genealogy van Tumara Jones. Hij is een onvolprezen blogger op het gebied van genealogie, maar soms draaft hij door.

Biologische en officiële genealogie

Startpunt is het onderscheid tussen biologische genealogie, zoals deze blijkt uit DNA-onderzoek, en officiële genealogie, zoals deze blijkt uit geboorteakten (of doopinschrijvingen toen er nog geen geboorten werden geregistreerd). De officiële genealogie hoeft niet overeen te komen met de biologische genealogie.

Iedere genealoog kent voorbeelden uit eigen onderzoek, dat de officiële vader niet de biologische vader is. In mijn eigen familie komt ook voor, dat de officiële moeder niet de biologische moeder is (dit ligt nog te gevoelig om hierop publiekelijk in te gaan). Een paar honderd jaar geleden was er in mijn familietak bij een geboorte nog sprake van een ongehuwde moeder met een ”in onigt” verwekt kind. Bij het trouwen van die dochter en haar overlijden worden echter de grootouders als haar ouders genoemd en is de biologische moeder uit het zicht verdwenen.

Terug naar het startpunt, hierbij zijn twee kanttekeningen te maken:
a. Het onderscheid houdt alleen stand zolang niet bij wet geregeld is, dat voor de geboorteaangifte niet alleen een doktersverklaring nodig is, maar ook een DNA-certificaat. Zodra dit wel wettelijk vereist wordt, en dat is helemaal niet ondenkbaar in de nabije toekomst, dan maakt biologische genealogie net zo goed deel uit van de officiële genealogie.
b. Met de resultaten van DNA-onderzoek is net zo makkelijk te frauderen als met een doktersverklaring. Voor een valse aangifte moet straks niet alleen een dokter of een ambtenaar omgekocht worden, maar ook een DNA-onderzoeker.

Ondanks dat de prijzen van DNA-tests gedaald zijn de afgelopen jaren, blijft DNA-onderzoek een kostbare aangelegenheid. Daarnaast staan veel mensen huiverig tegenover dergelijk onderzoek, zeker als het gaat om iets wat zij als iemands hobby beschouwen. Veel medewerking is niet te verwachten. De koninklijke familie wilde ook niet meewerken aan een DNA-test om een relatie met de Romanovs te bevestigen.

Vital records en legal genealogy

Hoewel het buiten het kader van DNA-onderzoek valt, is het toch interessant om ook de rest van het Genealogy Framework tegen het licht te houden. De officiële genealogie wordt door Jones toegespitst op vital records (in de strikte zin van geboorte- en overlijdensakten). Dat is geen gelukkige greep.

In het Nederlands hebben wij geen goede vertaling voor de term vital records, het is dan ook een Amerikaans begrip, dat in veel landen op het Amerikaanse continent gebruikt wordt. In Groot Brittanië en aan Engeland gelieerde landen (Commonwealth) wordt vooral de term civil records gebruikt en dat sluit weer goed aan bij de terminologie die in het continentale deel van West-Europa gang-
baar is. Napoleon stelde naar Frans voorbeeld in heel West-Europa L’État Civil,
de burgerlijke stand in.

In de burgerlijke stand worden bijgehouden: geboorte, huwelijk, scheiding, geregistreerd partnerschap, overlijden, adoptie, erkenning, voogdij, ontzetting uit het ouderlijk gezag, wijziging van voornamen en familienamen, geslachts-
verandering, officiële correcties. Gebeurtenissen die een wijziging opleveren in de burgerlijke stand, kunnen apart geregistreerd worden of in de kantlijn van de betreffende akte aangetekend worden. Vooral geboorteakten bevatten vaak uitgebreide renvooien (aantekeningen in de kantlijn).

Voor de genealogie kunnen nog veel meer wettelijke akten en registraties van belang zijn die buiten de burgerlijke stand vastgelegd worden: notariële akten, hypotheekakten, testamenten, zakelijke registers, etc.

Het is niet handig om de burgerlijke stand uit elkaar te halen en een deel (geboorte en overlijden) onder te brengen in de officiële genealogie en de rest van de burgerlijke stand op één hoop te gooien met de overige wettelijke akten en registraties in de legale genealogie. Houd bij elkaar wat via de burgerlijke stand bij elkaar hoort.

Narratieve genealogie

In het Genealogy Framework wordt genealogie gezien als onderdeel van familie-
geschiedenis. De term family history vind ik in dit verband wat ongelukkig. Het gaat steeds over genealogie: biological genealogy, official genealogy en legal genealogy. Plotseling wordt daar geschiedenis bij gehaald: family history, wat aanzienlijk breder is dan genealogie.
Delen uit de familiegeschiedenis kunnen belangrijke bronnen zijn voor de genealogie: verhalen die binnen de familie de ronde doen, dagboeken, maar ook scheepslogboeken met een semi-wettelijke status, gedegen biografieën en wetenschappelijke geschiedschrijving. Ik zou dat narratieve genealogie willen noemen: belangrijke bronnen van overlevering, zonder wettelijke status of niet gebaseerd op biologische onderzoek. Op afstand daarvan, er bovenuit stijgend en de hele genealogie overkoepelend staat dan de familiegeschiedenis.

Aan genealogie zijn biologische, legale en narratieve aspecten te onderscheiden. Dat is dus traditionele genealogie uitgebreid met DNA-onderzoek. Dit is het, meer is het niet en meer is niet nodig.

DNA-onderzoek in de genealogie

Genealogisch DNA-onderzoek is alleen zinvol, als daarmee antwoord gezocht kan worden op een duidelijk geformuleerde vraag die gebaseerd is op de uitkomsten van traditioneel genealogisch onderzoek. Twee voorbeelden uit de genealogie van Marit Terweij.

1. In het kwartier van haar moeder stammen alle leden met de familienaam Rädecker (op deze wijze geschreven, met a-umlaut) af van Heinrich Wilhelm Rädecker en Elisabethe Steinebach, die halverwege de 19de eeuw naar Nederland komen. Onderzoek in de burgerlijke stand en de persoonskaarten en persoonslijsten bij het CBG toont dat aan. De voorouders van Elisabethe Steinebach moeten nog uitgezocht worden. Naar de voorouders van Heinrich Wilhelm Rädecker is in mijn opdracht uitgebreid onderzoek gedaan door twee professionele genealogen in Duitsland.
Overigens schrijft de Franse tak van Max Raedecker die zich als kunstschilder in Parijs vestigde, de familienaam als Raedecker (met ”ae”). Hetzelfde doet een paar generaties later Michael Raedecker, kunstenaar in Londen en achterklein-
zoon van John Rädecker.

Heinrich Wilhelm Rädecker is de natuurlijke zoon van Sophia Marie Hansing,
23 jaar toen haar zoon geboren werd in 1810. De doopinschrijving vermeldt als vader alleen: Tischlergesell Rädecker. De overlijdensakte van Heinrich Wilhelm uit 1879 geeft ook de voornaam van de vader: Diederich Rädeker. Verder gaan in de familiekring verhalen de ronde, dat de oude Rädecker pianobouwer was en in slechte tijden ook klompen beschilderde voor de handel (er werd wat laatdunkend over hem gesproken).
De enig mogelijke kandidaat die wij hebben kunnen vinden, is de oom van Sophia Marie Hansing, broer van haar moeder, Johann Diedrich Rädecker (Ook: Dietrich, Diederich). Hij is in 1810 echter 45 jaar oud en een succesvol Klavierbauer met een bloeiend bedrijf in Lübeck, zeker geen Gesell. Echter, Johann Diedrich zal niet bij de doop aanwezig zijn geweest, Sophia Marie zal maar summiere informatie over de vader gegeven hebben en de pastoor zal er wel vanuit gegaan zijn dat het een jongen van haar leeftijd was, dus een Gesell.
Onderzoek van Y-DNA kan deze relatie bevestigen of minder aannemelijk maken. Als er een overeenkomst in Y-DNA gevonden kan worden tussen een afstammeling in mannelijke lijn van Heinrich Wilhelm en een afstammeling in mannelijke lijn van Johann Diedrich, dan is het vaderschap bewezen. Hoe meer mannelijke afstammelingen getest worden zonder een overeenkomst te vinden, hoe minder aannemelijk de relatie is.
Mt-DNA kan in dit onderzoek geen rol spelen. Johann Diedrich heeft Mt-DNA ontvangen van zijn moeder Anna Ilse Honeiken. Zij is de overgrootmoeder van Heinrich Wilhelm. Hij heeft hetzelfde MT-DNA als zijn oom, namelijke via zijn moeder en grootmoeder. Hiermee kan echter niet bewezen worden dat de oom ook de vader is, want mannen geven geen Mt-DNA door. Het spoor van Mt-DNA stopt bij hen.
Er is onderhand 200 jaar verstreken, circa zes generaties. In de afstammings-
lijnen kunnen valse geboorteaangiften voorkomen, dus voor alle zekerheid moeten wat meer mannen geselecteerd worden, bijvoorbeeld drie of vier in iedere afstammingslijn. Mannelijke afstammelingen van Heinrich Wilhelm zijn er genoeg. Voor mannelijke afstammelingen van Johann Diedrich is aanvullend onderzoek nodig.

2. Rond 1700 komen Hendrik Gerritse ter Weij en zijn zusters Geesien ter Weij en Aaltien ter Weij naar Amsterdam. Zij komen oorspronkelijk uit het buurtschap Esche in het kerspel Veldhausen, graafschap Bentheim, Duitsland. Daar zijn geen doopinschrijvingen van hen te vinden, maar via patroniemen en vernoemingen zijn zij naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren op hun grootvader Gert ter Weij en zijn vrouw Gese. Afstammingen van Gert en Gese in mannelijke en vrouwelijke lijn in Bentheim sterven uit voor zover bekend. Alle overige Terweijs in Bentheim zijn terug te voeren op Jan ter Weij en zijn vrouw Gese (op een kleine tak na, die ontstaat uit een aanverwante Terweij, een nieuwe tak die geen familie is, zie hieronder).
Jan en Gert zijn waarschijnlijk broers. Esche is een buurtschap met in die tijd (1600) misschien zes boerderijen en 30 inwoners.

Afstammelingen in mannelijke lijn van Gert zijn gevonden, van Jan niet. Een mogelijke afstamming van Jan ter Weij in mannelijke lijn stopt rond 1720 met zijn kleinzoons Jan en Gerrit ter Weije(n). De familienaam Terweij wordt wel doorgegeven via vrouwelijke lijnen:
a. Via zijn dochter Gese ter Weij rond 1700, gehuwd met Jan Glüpker.
b. Na vijf generaties door Hendrikje Terweij rond 1825, gehuwd met Berend Johannink.
c. In diezelfde generatie door Janna Terweij rond diezelfde tijd; na een jaar wordt Berend Johannink weduwnaar en hertrouwt met Janna, nicht van zijn overleden vrouw.
d. Een generatie later door Hendrikje Terweij rond 1870, dochter van Hendrikje Terweij en Berend Johannink en gehuwd met Steven Wolt.
Het doorgeven van de familienaam via de vrouwelijke lijn is in het oosten van Nederland heel gebruikelijk, ook vlak over de grens in Duitsland. Als een boeren-
zoon trouwde met een boerendochter die zelf een familieboerderij bezat, dan nam de man de familienaam van zijn vrouw aan, namelijk de naam van de boerderij waarvan hij nu boer was.

Y-DNA wordt niet doorgegeven via de vrouwelijke lijn, dus zou onderzoek zich moeten richten op Mt-DNA, maar dat lost niets op. Al zouden er afstammingen via de vrouwelijke lijn gevonden kunnen worden die tot in onze tijd doorlopen, dan komen we teruggaande uiteindelijk toch uit bij de vrouw van Jan ter Weij en de vrouw van Gert ter Weij en die vrouwen zijn geen bloedverwanten, dat wisten we al en wordt er niets bewezen.

Overigens ontstaat op deze manier ook een nieuwe tak met de familienaam Terweij, die geen bloedverwantschap heeft met de originele tak.
In 1796 trouwen Berend Terweij en Hendrikje Meijer. Als Hendrikje weduwe wordt, hertrouwt zij in 1802 met Gerrit Katters. De kinderen uit beide huwelijken van Hendrikje krijgen de familienaam Terweij, maar alleen het kind dat overleeft uit het eerste huwelijk (en dat is de Hendrikje Terweij hierboven) is bloedverwant met de stamouders Jan ter Weij en Gese.

Begin 1700 komt Swenne of Zwaantje Terweij naar Amsterdam, uit Esche, via Groningen. Zij is een kleindochter van Jan ter Weij. Bij haar eerste huwelijk in 1716 wordt zij geassisteerd door haar neef Johannes Angermont. Hij is getrouwd met Aaltien ter Weij, zuster van Hendrik Gerritse ter Weij en kleindochter van Gert ter Weij. Zwaantje en Aaltien noemen elkaar nicht, dat betekent in ieder geval dat hun grootvaders verwant waren en hoogstwaar-
schijnlijk broers.
Ook hier kan DNA-onderzoek niets opleveren. Met Mt-DNA kom je uit bij groot-
moeders en overgrootmoeders aan de kant van hun moeders. Niet bij de moeder van hun grootvaders, hun overgrootmoeder aan de kant van hun vaders.

Bruikbaarheid genealogisch DNA-onderzoek

DNA-onderzoek in de genealogie vereist een solide basis in legale bronnen als resultaat van traditionele genealogie. In het wilde weg DNA onderzoeken is zinloos. DNA-profielen opslaan in genealogische computerprogramma’s is net zo zinloos.

De eis van solide legale bronnen stelt vrouwen meteen al op achterstand. Hoe ouder de legale bronnen, hoe minder daarin staat over vrouwen. Zij spelen geen of een ondergeschikte rol in het doorgeven van familienamen (wat hierboven geschreven is over boerderijnamen is een opvallende uitzondering). Ook erfe-
nissen, erfopvolging en titels gaan in vroeger tijden en in dit deel van de wereld niet via vrouwen. In oude legale bronnen worden vrouwen vrijwel niet genoemd: vaak helemáál niet of alleen als vrouw of huisvrouw van een met name genoemde man of alleen met hun voornaam. In oudere legale bronnen zijn vrouwen nagenoeg anoniem en dan is DNA-onderzoek vrijwel niet mogelijk.

Zijn er wel legale bronnen voorhanden, dan kunnen mannelijke lijnen onderzocht worden via Y-DNA en vrouwelijke lijnen via Mt-DNA. Er moeten dan wel legale afstammingslijnen van mannen of vrouwen tot in onze tijd bekend zijn om het DNA van levende mensen te vergelijken of er moet DNA-materiaal voorhanden zijn dat aantoonbaar van voorouders afkomstig is.
Gaandeweg het onderzoek wisselen tussen mannen en vrouwen is niet mogelijk.